VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

 

Restschuld en rammelend convenant Hoger beroep: restschuld bij echtscheiding, voor rekening van…?

Bij de afwikkeling van een echtscheiding wordt de woning aan de man toebedeeld. De herfinanciering vanwege ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid en verwerving slaagt niet. De woning wordt nadien met een restschuld verkocht. Voor wiens rekening en risico komt (het ontstaan van) de restschuld?

Kort weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende. Partijen zijn gehuwd geweest van 23 februari 2007 tot 2 december 2008. Op 2 mei 2006 hebben zij een woning gekocht die aan hen in gezamenlijke eigendom is geleverd. Partijen hebben een hypothecaire geldlening afgesloten bij de Rabobank. Op 8 oktober 2008 hebben partijen een echtscheidingsconvenant getekend, waarin zij zijn overeengekomen dat deze woning aan de man zal worden toegescheiden tegen een getaxeerde waarde van € 310.000,-, met de verplichting voor de man alle aan de woning verbonden geldleningen over te nemen en erop toe te zien dat de vrouw wordt ontslagen uit haar (hoofdelijke) aansprakelijkheid jegens de schuldeiser(s). De kosten in verband met de overdracht van de woning aan de man komen volledig voor zijn rekening.

Gedeeltelijke aflossing

De Rabobank heeft de man op 8 december 2008 bericht dat hij de aan de woning verbonden geldlening slechts kan overnemen wanneer hij een extra bedrag zou aflossen van € 28.632,-. De man heeft dit bedrag niet afgelost.

Verplichting tot verkoop

Bij vonnis in kort geding van 8 juni 2012 heeft de voorzieningenrechter de man veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning voor een verkoopprijs, gelegen tussen € 275.000,- en € 285.000,-. De woning is verkocht voor een bedrag van € 275.000,-, waarna een restschuld overbleef van € 33.790,23.

Restschuld

Partijen hebben de restschuld afgekocht voor (in totaal) € 30.000,-: de man op grond van door hem overgelegde inkomensgegevens voor € 25.000,-, de vrouw op basis van door haar overgelegde inkomensgevens voor € 5.000,-. De man vordert dat de vrouw voor de helft draagplichtig zal zijn voor de restschuld, zodat zij de man nog een bedrag van € 8.314,89 is verschuldigd.

Regres

De vrouw heeft in eerste aanleg gevorderd dat de man haar het bedrag van € 5.000,-, dat zij ter zake van de restschuld heeft betaald, zal vergoeden. Die vordering van de vrouw is toegewezen. Volgens de kantonrechter rustte op de man de verplichting de volledige eigendom van de woning te krijgen tegen een waarde van € 310.000,- en de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheekschuld te laten ontstaan en komt het voor rekening en risico van de man dat dit niet gelukt is met het ontstaan van de restschuld aan de Rabobank als gevolg. Deze punten houden partijen in hoger beroep verdeeld.

Overweging Hof

Het hof overweegt als volgt. De vraag of een overeenkomst een leemte bevat dient te worden beantwoord aan de hand van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij, mede gelet op de maatschappelijke kring waartoe zij behoren en de rechtskennis die van hen kan worden gevergd, te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Convenant

In het tussen partijen gesloten convenant is uitsluitend een regeling getroffen voor de situatie dat de man de woning zou overnemen. De man zou alle lasten met betrekking tot de woning overnemen en de vrouw zou verder van al haar verplichtingen uit hoofde van de hypothecaire lening en betaling van andere lasten zijn ontheven. Beide partijen hebben gesteld dat zij er altijd van zijn uitgegaan dat de man de hypothecaire lening kon overnemen. Het ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid betrof slechts een formaliteit, aldus de man. De vrouw voert aan altijd te hebben begrepen dat de noodzaak van een financieringsvoorbehoud voor de man geen issue was. De omstandigheid dat partijen er van uitgingen dat de man de hypothecaire lening zonder meer kon overnemen, betekent nog niet dat partijen zich in het geheel niet hebben gerealiseerd dat dit anders zou kunnen zijn. Het hof acht het niet voorstelbaar dat de man niet heeft stilgestaan bij de mogelijkheid dat hij de hypothecaire lening niet zonder aanvullende voorwaarden kon overnemen, temeer nu hij, zoals in het bestreden vonnis is overwogen, al eerder een woning had aangekocht. De man stelt zelf ook dat partijen dit hadden kunnen voorzien. Aldus is het hof, evenals de kantonrechter, van oordeel dat er dus geen sprake is van een leemte in de overeenkomst die een aanvulling behoeft.

(Deel)beslissing

Terecht is vervolgens door de kantonrechter overwogen dat de hypothecaire lening nu geheel voor rekening en risico van de man komt en daarmee ook de restschuld (!!).

Bron: Rechtspraak.nl / Fintool

DeHypothekenMakelaar.nl

 

 



Laatste update: 26/06/2018 12:45.43