VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiële diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar
021106 conserverende emigratie-aanslag opnieuw veroordeeld!

Nederlandse conserverende aanslagen over pensioenaanspraken bij emigratie naar Korea en Filippijnen in strijd met internationaal verdragenrecht
 
Rechtbank Breda heeft onlangs wederom in twee procedures beslist over de rechtmatigheid van conserverende aanslagen over pensioenaanspraken en lijfrenteaanspraken bij emigratie. In deze procedures waren inwoners van Nederland naar Korea en de Filippijnen geëmigreerd

Evenals in twee eerdere zaken van gelijke aard oordeelde de rechtbank dat Nederland met het opleggen van deze conserverende aanslag in strijd handelde met de bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en Korea respectievelijk de Filippijnen en met het internationaal geaccepteerde en in het Weens Verdragenverdrag vastgelegde principe van goede verdragstrouw

Nederland had door het opleggen van de conserverende aanslag namelijk eenzijdig het heffingsrecht over deze aanspraken naar zich toegetrokken. In de procedure betreffende de Filippijnen oordeelde de rechtbank dat de conserverende aanslag over de lijfrenteaanspraken wel rechtmatig was, omdat Nederland het heffingsrecht over deze aanspraken niet eenzijdig naar zich had toegetrokken..
 
 
Volledig bericht
Landen die het Verdrag van Wenen (hierna het Verdrag) inzake het verdragenrecht hebben ondertekend, hebben bepaalde verplichtingen op zich genomen. Zo moeten deze landen als zij met elkaar verdragen afsluiten onder meer het volgende in acht nemen:
- De verdragssluitende partijen moeten het verdrag te goeder trouw uitleggen.
- Een partij mag zich niet beroepen op de bepalingen van zijn nationale recht om het niet ten uitvoer leggen van een verdrag te rechtvaardigen.
- Een verdrag moet te goeder trouw worden uitgelegd “overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het verdrag in hun context en in het licht van voorwerp en doel van het verdrag”.
 
Deze bepalingen van het Verdrag zijn met name van belang in het geval een land een wetswijziging doorvoert die invloed heeft op de rechten en belangen van een verdragspartner. In twee procedures voor rechtbank Breda kwam dit helder naar voren. De procedures betroffen conserverende aanslagen van inwoners van Nederland die in 2001 vanuit Nederland naar Korea respectievelijk de Filippijnen waren geëmigreerd. De conserverende aanslagen hadden in beide procedures betrekking op pensioenaanspraken (niet zijnde overheidspensioen) die de emigranten gedurende hun verblijf in Nederland hadden opgebouwd vermeerderd met heffingsrente en revisierente (een soort strafrente). In de procedure betreffende de Filippijnen had de conserverende aanslag ook betrekking op lijfrenteaanspraken.
 
De rechtbank stelde vast dat Nederland in 1978 een belastingverdrag met Zuid-Korea had gesloten en in 1989 met de Filippijnen. Dat was lang vóór de inwerkingtreding van de Nederlandse regeling betreffende conserverende aanslagen bij emigratie. De rechtbank stelde bovendien vast dat in beide belastingverdragen het heffingsrecht over (privaatrechtelijke) pensioenen en het heffingsrecht bij afkoop van pensioen uitsluitend was toegewezen aan het woonland van de ontvanger van de pensioenuitkeringen respectievelijk de afkoopsom van pensioen.
De rechtbank overwoog dat de conserverende aanslagen feitelijk alleen tot belastingheffing konden leiden in geval van het uitkeren van het pensioen ná de emigratie. Omdat niet was gebleken dat Nederland bij de invoering van de regeling voor de conserverende aanslag had overlegd met Korea en de Filippijnen, oordeelde de rechtbank dat Nederland eenzijdig het heffingsrecht over de pensioenuitkeringen (gedeeltelijk) naar zich toe had getrokken. Daarmee schond Nederland het principe van goede verdragstrouw. De rechtbank verwees hierbij ook naar het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht dat Nederland heeft ondertekend. De rechtbank concludeerde dat de Nederlandse regeling van de conserverende aanslagen over pensioenaanspraken in deze procedures niet toelaatbaar was.
Met betrekking tot de conserverende aanslag over lijfrenteaanspraken in de Filippijnse procedure was de rechtbank van oordeel dat de conserverende aanslag wel rechtmatig was.  Bij bepaalde handelingen met een lijfrentepolis (zoals afkoop) worden de in het verleden afgetrokken lijfrentepremies als ‘negatieve uitgaven ter zake van een inkomensvoorziening’ aangemerkt met als gevolg dat Nederland de afgetrokken premies in de belastingheffing betrekt. Volgens het belastingverdrag met de Filippijnen zijn negatieve inkomensuitgaven geen inkomensbestanddelen waarop het belastingverdrag ziet. Daardoor kan geen sprake zijn dat Nederland eenzijdig zich heffingsrecht over deze aanspraken naar had toegetrokken.
 
Opmerking
Rechtbank Breda kwam tot een eensluidend oordeel in twee soortgelijke zaken waarbij het ging om inwoners van Nederland die naar Spanje en Frankrijk waren geëmigreerd en die conserverende aanslagen kregen opgelegd over de waarde van hun pensioenaanspraken (zie ons berichten van 17 juli 2006 en 12 april 2006. Het verdrag met Frankrijk (1973) stamt, net als het verdrag met Spanje (1971), uit de periode vóórdat de regeling van de conserverende aanslag in de Nederlandse wetgeving was opgenomen. Voor de toepassing van meer recent gesloten belastingverdragen zal de Rechtbank hoogstwaarschijnlijk tot een ander oordeel komen.
 
Bron: PWC / Rechtbank Breda, 31-8-2006, nrs. 05/2976 en 05/1638 (gepubliceerd 26-10-2006)


Laatste update: 02/11/2006 10:01.32